Voor een levendig schoolklimaat!

Jaargang 5 | 2013 - 2014

Nummer 1. Speel met je talenten!

Ieder kind heeft talenten. Bij dit thema gaan kinderen op verkenningstocht langs talenten. Ze bekijken welke talenten er zijn en wie welk talent heeft. Hebben alle kinderen dezelfde talenten? Wat zijn hun talenten? En hoe gebruiken ze die talenten? We gaan met de kinderen de verdieping in op wat ze al kunnen en wat ze daarmee kunnen.

Nummer 2. Kijk naar je eigen.

Iedereen die voor de groep staat of zelf verwoede pogingen onderneemt om kinderen op te voeden, weet hoe ‘aanstekelijk’ emoties en gedrag zijn. Als er een begint te kletsen met een ander, kletst op een gegeven moment de hele klas. Is er eenmaal gekibbel en ruzie, dan bepaalt dat in hoge mate de sfeer in de groep, de school en thuis.

Nummer 3. Ik en jij. Hoe dichtbij?

Hoe dichtbij mag en wil je bij elkaar komen? Hoe ga je om met verliefde gevoelens? Wanneer ga je bij de ander over de grens? Hoe geef je je grens aan? Ook over de grens tussen vriendschap en verliefdheid, en de grens tussen jongens(achtig) en meisjes(achtig).

Nummer 4. Bezig met passie.

Samen met de kinderen dieper kijken naar waar je passie naar uitgaat. Wat inspireert mij? Wat doet er voor mij toe? Wat vind ik waardevol om mee bezig te zijn? Zijn dat ook dingen met een universele waarde? Wat betekenen de activiteiten waar ik me betrokken bij voel voor anderen, voor de samenleving? Hoe komt wat je inspireert van binnen naar buiten in je gedrag, in je leefstijl? Wat heb je over voor je passie? Hoe houdt je passie je gaande?